| De koek en de kruimels |
|
|
|
| Geschreven door Anne Blanksma |
|
Inleiding
“Het wordt nu tijd dat wij ons aandeel (sic!) van de nationale koek opeisen” . Aan het woord is Caprino Alendy, één van de politieke leiders van de A-combinatie, waarin drie partijen die zich richten op marrons zijn verenigd. Met de nationale koek bedoelt Alendy de macht die voortvloeit uit regeringsdeelname, met ‘ons’ marrons die, volgens hem, door de huidige politieke elite nog steeds worden onderdrukt. In een openhartig kranteninterview zegt Ronny Brunswijk, een andere leider van de A-combinatie, het met een andere metafoor nog duidelijker: hij wil dichter bij de eetpot zitten. Brunswijk: “Als je dichter bij de pot zit, dan ruik je de geur en kan je een bordje mee-eten” . En over zijn achterban: “Onze mensen zeggen: ‘gaan jullie dan maar. Ook al wordt het onze laatste teleurstelling, dan zijn het in ieder geval onze eigen mensen die uit de pot mee-eten’.”
De metafoor van de koek wordt ook gebruikt door een kaderlid van Pertjajah Luhur (PL), die mij uitleg gaf over de campagnestrategie van haar partij in het district Commewijne. De koek is volgens haar binnen de Nieuw Front combinatie waar haar partij deel van uitmaakt niet eerlijk verdeeld. Creolen en Hindostanen bezetten van oudsher de sleutelposities in de politiek, het wordt volgens haar tijd dat ook Javanen hiervoor in aanmerking komen. Om dit te bereiken voert PL een campagne om een laaggeplaatste eigen kandidaat met voorkeurstemmen binnen te krijgen. Veel concurrentie in Commewijne ondervindt PL daarbij van de Nationale Partij Suriname (NPS) die een populaire kandidaat heeft die bovendien heeft gezorgd voor gronduitgifte aan verschillende personen. ‘Vies’ noemt mijn informant het dat sommige Javanen stemmen op de creoolse NPS, terwijl Javanen toch al door hen in Nieuw Front worden vertegenwoordigd?
In de metafoor van de koek komen in deze beide fragmenten verschillende karakteristieken van de Surinaamse politiek tot uitdrukking. Ten eerste de in Suriname heersende praktijk van patronagepolitiek. Regeringsdeelname garandeert banen, subsidies en andere gunsten voor de achterban van politieke partijen. Brunswijk zegt het niet met zoveel woorden, maar hier doelt hij op: hij vindt het tijd worden dat zijn achterban ook meeprofiteert van deze patronagepolitiek. Ten tweede blijkt in deze fragmenten de rol van etniciteit in de verkiezingen. In Suriname is campagne voeren op basis van etnische identiteit nog steeds één van de meest succesvolle manieren om een deel van de koek te claimen. Dit lukt beter naarmate een partij geloofwaardiger kan maken dat haar (etnische) achterban wordt achtergesteld. Etnische representatie wordt dan gezien als legitiem onderdeel van maatschappelijke emancipatie (zie Sedney 1997).
Zowel patronagepolitiek als etnische representatie liggen onder vuur. Deze kritiek wordt in het Surinaamse politieke bestel het meest duidelijk verwoord door de Nationale Democratische Partij (NDP). Deze partij, met haar wortels in de militaire dictatuur van de jaren 80, zet zich in publicaties en speeches af tegen wat zij noemt de ‘etnische vriendjespolitiek van de oude partijen’. De verdeeldheid van de Surinaamse politiek naar etniciteit, moet volgens de partij vervangen worden door eenheid op basis van een sterk nationaal bewustzijn. Deze eenheid wordt volgens de partij niet alleen bedreigd door binnenlandse etnische partijbelangen, maar ook door buitenlandse (neokoloniale) inmenging in de Surinaamse politiek. De rivaliteit tussen de NDP en de traditionele politieke partijen gebundeld in de Nieuw Front combinatie vormt vanaf 1987 de belangrijkste tegenstelling in de Surinaamse politiek.
Etniciteit en nationalisme staan centraal in mijn scriptie. Beide begrippen worden in analyses van de Surinaamse politiek vaak gebruikt, maar blijken vaak lastig af te bakenen. In wetenschappelijke publicaties (zie Dew 1978 en 1994) over de Surinaamse politiek worden bevolking en politieke partijen meestal onderverdeeld in etnische groepen: creolen, Hindostanen, Javanen, marrons (of bosnegers), inheemsen (of indianen), Chinezen en de Europeanen . Etniciteit is in deze publicaties het vertrekpunt van analyse. Wat etniciteit eigenlijk is wordt vaak niet nader beschreven. Dit geldt ook voor het begrip nationalisme. Zowel in wetenschappelijke publicaties (zie Marshall 2003) als in populaire analyses wordt vaak beredeneerd dat de invloed van etniciteit in de Surinaamse politiek langzaamaan afneemt. Suriname zou bezig zijn met een proces van natievorming waar etnische identiteit langzaam plaats maakt voor een nationale identiteit. Maar wat is een natie? En wat is nationalisme?
In mijn scriptie probeer ik een bijdrage te leveren aan het wetenschappelijk debat over de rol van etniciteit en nationalisme in Suriname. Dit doe ik allereerst door in mijn theoretisch kader deze begrippen af te bakenen. Ik beschouw ze in de eerste plaats als maatschappelijke strategieën die door politieke elites worden gehanteerd om groepen mensen aan zich te binden. De verschillende vormen van etnische en nationalistische mobilisatie die ik in mijn theoretisch kader onderscheid probeer ik in de laatste drie hoofdstukken van mijn scriptie met data te staven. Ik heb daarvoor verschillende campagnebijeenkomsten van Surinaamse partijen bezocht en een inhoudsanalyse gemaakt van het dagblad de Ware Tijd.
Mijn keuze om het gebruik van etniciteit en nationalisme in een verkiezingscampagne te onderzoeken ligt na de uitleg van mijn benadering van deze begrippen voor de hand. Verkiezingscampagnes draaien immers om politieke elites die proberen kiezers aan zich te binden. Data over de rol van etniciteit in verkiezingscampagnes geeft daarnaast inzicht in een ander onderwerp dat sociale wetenschappers al een aantal decennia bezig houdt. Dit is de vraag of etniciteit (of etnische partijen) een gevaar vormt voor democratische stabiliteit. Hoewel mijn scriptie dit onderwerp slechts zijdelings behandelt zal ik in mijn conclusie aandacht besteden aan de implicaties van mijn bevindingen voor dit debat.
Download hier de complete scriptie van Anne Blanksma (MS Word document)
|
Chanifa Verdies
Ik stem op melvin bouva omdat hij de man is die me belangen...
Chanelva Kogeldans
Ik stem voor mega combinatie omdat ik geloof in ze heb...